Storingen

Storingen onderdrukken is de eerste stap in het verbeteren van de afbeelding. Alle daarna volgende bewerkingen versterken de storing alleen maar, dus des te moeilijker wordt het om deze adequaat te verwijderen. Het is dus belangrijk om als eerste de storingen te verwijderen.

Zelfs heldere afbeeldingen, genomen op een zonnige dag bevatten een hoop storingen, dus het is niet verstandig om deze stap over te slaan zonder goede reden.

In de storingen tab, kunt u het zoom niveau instellen van 25% tot 400% door uw muis wiel te gebruiken ().
Hoe minder u inzoomt, des te meer pixels verwerkt moeten worden en des te langer het duurt voor een voorvertoning zichtbaar wordt. De hele afbeelding wordt verwerkt als u naar de Opslaan of Bijwerken tab gaat.

Neemt u er notie van dat deze filters niet toegepast worden op tabbladen wanneer verkleinde afbeeldingen worden gebruikt voor snellere voorvertoning (helderheid, kleur, vervorming en frames). 

Om alle filters toe te passen en het uiteindelijke resultaat te zien gaat u naar "Opslaan". Als het resultaat u bevalt, kunt u het opslaan en de volgende afbeelding bewerken. Indien niet, kunt u altijd teruggaan naar het filter, fijnafstellingen maken en het bijgewerkte resultaat weer bekijken.

Als u de originele afbeelding later weer opent, zal het programma onthouden welke instellingen de laatste keer toegepast zijn. Als gevolg daarvan kunt u steeds verder gaan met het bijwerken van de afbeelding.


Mogelijkheden

Het Laad instellingen keuze veld laat u kiezen tussen een vooraf ingestelde instelling voor deze tab. U kunt hier ook uw eigen instellingen aan toevoegen voor toekomstig gebruik.

De Schakel storings reductie in optie schakelt de mogelijkheid van storingsreductie in of uit.

De Storings niveau, Lichtste partijen en Schaduw schuiven. Deze drie schuiven definieren het storings niveau in de gemiddelde, lichte en donkere gebieden in de afbeelding.
Storings niveau wordt gemeten en weergegeven in een abstracte waarde van 0 tot 200. U kunt deze waarden gebruiken om storingswaarden in diverse afbeeldingen te vergelijken.

Het programma detecteert automatischhet niveau van storingen in de lichtste partijen, middentonen en schaduwen. Als u van mening bent dat het programma te veel storingen weg haalt, stel dan zelf handmatig een lager niveau in. Als u alleen een bepaald gedeelte wilt opschonen (bijv. lucht), gebruik dan de daarvoor bestemde schuif (Lichtste partijen voor lucht,  schaduwen voor bijv. bomen).

Uw instellingen worden automatisch opgeslagen en toegepast op de volgende afbeeldingen. Om de instellingen te resetten, gebruik Reset ()knop. Deze zet alle schuiven weer op de standaard waarden.

De Straal stelt de graad van afronding in. Hogere waarden resulteren niet alleen in een "schonere" afbeelding maar produceert ook artifacten bij de randen. Lagere waarden behouden meer detail maar laten ook meer storing zien.

De Chroma definieert hoe sterk de storing in chroma vergeleken met lichtsterkte is verminderd.

De Methode – selecteer het algorithme wat het beste resultaat op een bepaalde afbeelding geeft. Voor afbeeldingen met weinig storingen gebruikt u de  "Standaard" methode, voor afbeeldingen met veel storingen de "Aggressief" methode. Deze methoden gebruiken totaal verschillende alghoritmes.

De Storings niveau schuif definieert hoeveel storing verwijderd moet worden. In veel gevallen ziet de afbeelding er beter uit en lijkt natuurlijker als chroma storing compleet verwijderd is en een gedeelte van de storingen in de lichtsterkte blijft. Compleet ontstoorde afbeelding kunnen te "plastic" achtig lijken.

Reset bereiken (...) Hiermee kunt u alle kleur bereiken verwijderen, die u zelf hebt toegevoegd omde storingen in bepaalde gebieden te verminderen / vermeerderen. Maak ongedaan knop verwijdert alleen het laatst gebruikte kleur bereik. Voor meer details zie beschrijving van pop up menu het volgende gedeelte.

Het Storings plan laat u gaan naar de speciale modus, waar de intensiteit van de rode kleur correspondeert met de mate van storings onderdrukking.     U kunt dit plan ook gebruiken om te controleren dat fijn gedetaileerde gebieden niet aangemerkt worden als storing.Het is ook een goed gereedschap om te zien hoe de effecten van uw instellingen zijn bij de storings onderdrukking en de kleurbereiken.


Pop up menu

Pop up (of lokaal) menu is beschikbaar door links te klikken op de afbeelding.

Stel storingsschuiven in: Het storingsniveau onder de muispijl zal gemeten worden en de juiste schuif (lichtste partijen, algemeen storings niveau en schaduwen) zal aangepast worden. U kunt kleine, middelmatige en grote gebieden gebruiken voor metingen.

Verhoog(Verlaag) storings reductie voor dit kleur bereik Laat u storings reductie niveau veranderen voor een bepaalde kleur met 50%. U kunt deze functie gebruiken om storings onderdrukking selectiever te maken.
U kunt bijvoorbeeld het ontstorings niveau voor lucht verhogen, terwijl u die van een bos verkleind om deze details te behouden.
Gebruik de storingsplan knop om de resultaten meer precies te analyseren.

Dezelfde commando's kunnen toegepast worden vanuit de "Gereedschappen" werkbalk rechts. Inplaats van rechtsklikken op de afbeelding kunt u hier eenvoudigweg het benodigde gereedschap kiezen en daarna op de afbeelding klikken om toe te passen.


Storings Reductie Equalizer

Om de storings reductie equalizer te openen gebruik de daarvoor bestemde knop.

De equalizer laat u het storings onderdrukking niveau kiezen voor elek tint in uw afbeelding. Normaal gesproken wordt sterkere storings onderdrukking toegepast op huid en luchtpartijen en lagere niveau's voor het groen. Gebruik storings plan om de veranderingen meer precies te analyseren.

Om de equalizer curve te veranderen, klik simpelweg op de equalizer op het punt dat de lijn omhoog moet gaan, en de lijn springt naar de cursor, sleep dan naar links of rechts om het betreffende kleur bereik wijder te maken.

Rechts klik ergens op de equalizer om te resetten en de lijn recht te maken.

Witte verticale lijnen tonen de tint van het gebied waar de muispijl staat. Zwarte lijnen tonen de tint van de laatste klik.

 

Defecten en artifacten

De Toevoegen of veranderen map bestanden knop opent de toepasselijke tab in de voorkeuren van het programma. U kunt hier de stof/dode pixel plannen instellen voor iedere afbeeldings resolutie.

Bedenkt u dat soms RAW bestanden en JPEG bestanden verschillende resoluties hebben. In dat geval dient u voor zowel RAW als JPEG apart een plan te maken.

De Filter heet/dode pixels  optie zorgt ervoor dat het programma gebruik maakt van eerder gemaakte plannen om dode pixels te maskeren. Deze optie is alleen beschikbaar als het plan voor deze resolutie eerder door u is gemaakt. Om een dode pixel plan te maken sluit het objectief en maak een foto. Normaal gesproken zien dode pixels eruit als heldere punten op een zwarte achtergrond.

De Filter sensor stof optie zorgt ervoor dat het programma gebruik maakt van eerder gemaakte plannen om sensor stof te maskeren.  Deze optie is alleen beschikbaar als het plan voor deze resolutie eerder door u is gemaakt.

Om een "stof" plan te maken volg deze stappen:

1. Stel uw camera in op manuele modus.
2. Stel lensopening in op 8. De stof is praktisch niet waarneembaar op lage lensopeningen (2.8-4)
3. Richt uw camera op een wit vel papier of heldere lucht. De afbeelding zou geen donkere gebieden mogen bevatten.
4. Stel uw camera niet scherp! Anders kunnen punten op het papier of vogels in de lucht geïnterpreteerd wordendoor het programma als stof.
5. Neem een foto. Herhaal dit voor elke resolutie waar u mee gaat werken. Doe dit ook in RAW als u daar mee gaat werken.
6. Voeg de stofplan(nen) toe met de daarvoor bestemde knop

Hier is een voorbeeld van stof plan gebruik (uitsnedes met dank aan Peter Borschberg):
 


Original image


Dust map
 


Filtered image

1. Reset alles door middel van de knop op de werkbalk. Alle tabbladen hebben grijze punten staan, wat betekent dat er niet één filter is toegepast.
2. Ga naar het storingen tabblad en zet deze aan indien nodig.
3. Stel
Storings niveau schuif in op 0 om de storings verwijdering te deactiveren.
4. Zet
Filter sensor stof aan om stof filter te activeren. Overtuig u ervan dat u stof plannen hebt geladen voor alle reoluties.
5. Dan "Wachtrij/Voeg huidige map toe"
6. In de wachtrij dialoog die verschijnt kunt u parameters instellen (mappen, formaten, kwaliteit) en verwerken starten.

Tip voor gevorderde gebruikers: U kunt ook bovenstaande instellingen opslaan met "Instellingen/Bestands instellingen" en dan dit toepassen op geselecteerde afbeeldingen in de Bron tab (Rechts klik op de afbeelding en selecteer "Pas voorinstelling toe en voeg toe aan wachtrij") .


Simpele modus

Als een makkelijker methode uw voorkeur heeft – ga dan naar de simpele modus. Klik op "Bekijk", en dan "Simpele voorvertonings modus". Of klik op de knop op de werkbalk.


Hints en Tips


Aanbevolen werkomgeving

Algemene werkomgeving

Selectieve storings onderdrukking.  Als u het niveau van storingsonderdrukking wilt wijzigen voor specifieke objecten / gebieden (bijv. huid, lucht, groen), gebruik de storings onderdrukkings equalizer en het Kleur bereik gereedschap.

Kleur bereiken gebruiken:


Om het Help paneel van Helicon Filter te tonen, gebruik  op de werkbalk of Bekijk->Help venster commando in het hoofd menu.